27 juli 2026
Interview Arjan Kosten (AD)
Interview AD met Arjan Kosten
Arjan Kosten (42) is het jongste lid van het Alblasserdamse college en ook de enige nieuweling aan boord. Daarnaast is hij door de SGP ‘ingevlogen’ vanuit Papendrecht waar hij tot voor kort wethouder was. Nu hij een maand in functie is, is het tijd om te vragen of hij goed geland is.
Eerst even voor de mensen die u nog niet kennen. Wie is Arjan Kosten?
"Ik ben opgegroeid in Kapelle, Zeeland. In 2007 ben ik met mijn vrouw in Papendrecht gaan wonen. Vanwege werk. Samen hebben we zes opgroeiende kinderen. Een groot gezin dus en dat geeft een gezellige dynamiek, zal ik maar zeggen.’’
"Ooit ben ik begonnen als docent bewegingsonderwijs, dus ik heb een sportieve insteek. Als het enigszins kan, vind ik het fijn om buiten te sporten. En dat is zowel gewoon lekker fysiek bezig zijn, als ook om het hoofd leeg te maken. Vandaar dat ik regelmatig op de racefiets zit of een mooie wandeling in de omgeving maak.’’
En wie is wethouder Kosten?
"Als wethouder ben ik iemand die houdt van keuzes maken. Op basis van met elkaar - het college, de raad en betrokkenen in het dorp - goed verkennen wat er nodig is en wat we daarbij moeten afwegen. Bij een moeilijk besluit moeten we er niet in blijven hangen dat iets moeilijk is. Er moet een keer een klap op worden gegeven.’’
U heeft met de gemeenteraad afgesproken deze collegeperiode in Papendrecht te blijven wonen met uw gezin. Waarom is dat?
"Ik heb een gezin en dat heeft het naar de zin in Papendrecht. Zij weten dat ik het leuk vind om dit werk te doen, maar het gezin zegt ook: ‘Wij zitten hier goed en willen hier graag blijven wonen’. Dus dat is de afweging geweest. We wonen trouwens ook best wel dichtbij Alblasserdam. Op de fiets is het 5,5 kilometer weet ik.’’
Denkt u dat het lastiger wordt als wethouder en eerste loco-burgemeester omdat u niet in Alblasserdam woont?
"Ik denk dat het eerlijke verhaal is dat het voor- en nadelen heeft. Een nadeel is inderdaad dat je er soms net een tikkie verder afstaat omdat je op een andere manier participeert in de samenleving dan de raadsleden en bestuurders die in het dorp wonen. Een voordeel is dat je met iets meer afstand naar een situatie kunt kijken. Maar het is zeker mijn dure plicht om echt te investeren in contact met de Alblasserdammers, al kwam ik hier privé al regelmatig.’’
Hoe bevalt de nieuwe baan en Alblasserdam tot nu toe?
"De eerste weken in Alblasserdam zijn goed bevallen. Het was een warm welkom. Van allerlei kanten heb ik aardige reacties gehad. Zo’n periode is ook intensief. Je ontmoet veel nieuwe mensen en het is hard werken om op heel verschillende onderwerpen je in te lezen en te laten informeren. Daar wilden veel mensen bij helpen. Ik ben dus dankbaar voor deze start.’’
U heeft een zware en uitgebreide portefeuille met onder meer financiën, onderwijs, opvang, openbare ruimte en jeugd. Wat zijn volgens u de twee klussen die het meest van u zullen vragen?
"We zitten als gemeente in financieel zwaar weer. De afgelopen jaren is er heel veel bezuinigd. Van 1,5 miljoen euro oplopend tot 4,5 miljoen aan bezuinigingen in 2029. Dat was de situatie voor ik kwam en nu is het zo dat we met de huidige tekorten voor volgend jaar 1,9 miljoen tekort komen. In 2030 loopt dat op tot 3 miljoen euro. Daarom moeten we bovenop de al besloten bezuinigingen nog eens extra de broekriem aanhalen. En omdat we al zoveel bezuinigd hebben, wordt het ook moeilijker om die extra besparingen te vinden.’’
"Verder heeft iedere gemeente er van het Rijk de afgelopen jaren steeds meer taken bij gekregen. Denk aan de Omgevingswet. Maar het aantal ambtenaren om dat vlot en correct uit te voeren is niet toegenomen. Het is niet in balans. Omdat we in zwaar weer zitten, is het ook een heel moeilijke opgave om dit op orde te brengen. Daarom moeten we onszelf de vraag stellen in hoeverre we als Alblasserdam in staat zijn om dit de komende jaren allemaal te kunnen bolwerken. Dat is dus de tweede opgave voor mij. Om met de raad en het college na te denken en in 2028 een besluit te kunnen nemen over wat dit betekent voor Alblasserdam als zelfstandige gemeente.’’
Twee belangrijke items inderdaad, maar een tikje abstract. Is er ook iets dat u aangepakt wilt zien en waar ieder huishouden heel direct mee te maken heeft?
"De hoeveelheid restafval moet echt drastisch naar beneden. In Alblasserdam ligt dat ver boven de 100 kilogram restafval per persoon per jaar. Veel herbruikbaar materiaal gaat zo verloren. Het zou wat mij betreft zo’n 40 procent moeten verminderen per persoon. Enerzijds is het ideëel; beter omgaan met de aarde. Maar het heeft ook een financiële component. Zo is er behoorlijk stevige wetgeving qua belasting op restafval. Doen we niks dan gaat de afvalstoffenheffing echt stijgen. Dat raakt inwoners direct in de portemonnee. Ik beloof niet dat we die heffing naar beneden krijgen, maar we kunnen er wel voor zorgen dat het tarief minder stijgt.’’
Voor dit interview gaf u aan het niet over de (precaire) politieke situatie in uw vorige gemeente, Papendrecht, te willen hebben. Omdat het voor u nu om Alblasserdam draait. Tegelijkertijd werken gemeenten op diverse vlakken samen in de regio Drechtsteden. Nu hebben de verkiezingen in een paar gemeenten tot spannende coalities geleid; verwacht u dat dat zijn weerslag gaat hebben op de onderlinge banden?
"Ik ben er zelf ook nieuwsgierig naar hoe dat gaat. Het is denk ik geen nieuws dat als er lokale partijen in een college komen, dat voor een andere dynamiek zorgt dan dat er alleen landelijke partijen in zitten. Zelf heb ik gemerkt dat lokale partijen heel erg gericht zijn op het belang van de eigen gemeente, terwijl veel gemeenten hun regio ook nodig hebben om zaken voor elkaar te krijgen. Het vraagstuk van bereikbaarheid stopt niet bij de gemeentegrens bijvoorbeeld. Maar wonen, economie en de maritieme maakindustrie zijn ook thema’s die we met elkaar in de Drechtsteden moeten oppakken.’
Bron: AD de Dordtenaar, zaterdag 25 juli